HOE BRASIL OP DE ZESDE PLEK IN DE EERSTE DIVISIE TERECHTKWAM

EEN SPROOKJE OF EEN BRASIL-KERSTVERHAAL ZONDER ROODKAPJE

Er was eens een klein, doch fijn clubje verstopt in de Achterhoek, grofweg tussen de toren van Azewien en de twijfel van Halfweg. Na veertig jaar worstelen in het Oosten, waar buiten de wijsheid, niet veel tegenstanders meer te vinden waren, wilde de club wel eens hogerop.

Een prins op een wit paard met een kapsalon en zadeltassen vol dollars was nergens te vinden dus moest alles zelf worden bijeen gezocht samen met wat lieve sponsoren die een steen wilden bijdragen. De gouden muiltjes werden aangetrokken om een klasseteam te zoeken met doorzettingsvermogen en voetbalgogme. Dat viel niet mee zeker niet in de tijd dat de herdertjes nog lui in het veld lagen en de schaapjes niet op de droge hadden.

Toch werd het sprookje echt in 2017. Alle boze wolven in de Topklasse werden verslagen en hadden niets anders meer te doen dan grootmoeder het leven zuur te maken. Of die na zoveel jaren nog te pruimen was, vertelt dit verhaal niet. Misschien een andere keer.

Brasil begon ergens in september, op een regenachtige avond, aan die, volgens sommigen, schier onmogelijke, missie naar de hogere regionen van de ranglijst. Dat leek al snel een mythische klauterpartij te worden. Sint Joris lag te slapen in Braamt, doch de draak was niet met een stuk gerookt spek van zijn plaats te lokken. Pas na enkele wedstrijden drong het tot de koene ridders door dat diezelfde draak ook een achterkant had waar stevig aan gehangen kon worden. Een soort kop-staartbotsing leverde punten op.

Net een sprookje, ik was er al bang voor. Hoe dichter de Kerst naderde, hoe meer gekleurde ballen er langs de weg hingen, hoe hongeriger het team werd. De punten rolden binnen.
Silvolde, van Kapelweg tot het Melkvonder, van de Eggingstraat tot Hertenhof raakte in rep en roer. Het andere sprookje dat de Schone Slaapster bij Kasteel Schuylenburg lag te wachten op een koene ridder uit het dorp, raakte in de vergetelheid. Iedereen stond paf. Brasil had een weg in de eerste divisie gevonden waar zelfs Assepoetser van wakker lag.

Er waren zelfs ultrafanatieke fans die aan de spelers vroegen onderweg broodkruimels te strooien zodat ze bij uitwedstrijden het team op de voet konden volgen. Geen berg was hun te hoog, geen bos te donker en voor de Boze Wolf was niemand bang meer. Plotseling klonk het achterhoeks van Vlissingen tot Eindhoven. De verkoop van de kaart van de Achterhoek verdubbelde.

Toen eindelijk, onder de rook van Kerstmis, werd de balans opgemaakt. Alle sprookjes konden aan de vlammen worden prijsgegeven.
Brasil zat in Silvolde als piek in de kerstboom. Zelfs de voorzitter glom als een kerstbal door de resultaten van “onze jongens”.

Van de boorden van de “Olde Iessel tot het pontje van Bronkhorst en van de Doesburgse mosterdfabriek tot de Winterswijkse Fietspaden stond iedereen op de kop van plezier.

Alleen…….ergens achteraf in Silvolde bij het licht van een stinkend waxinelichtje zat een eenzame terborgenaar, silvolds meest kostbare asielzoeker, te blazen en te mopperen. Hij keek mistroostig in zijn kerstpakket. Niet veel soeps, alleen een stuk oud brood van GS’80.

Bert Egging



Social Media Auto Publish Powered By : XYZScripts.com